Over ons

IMG_9511

Theo, Klaas en Bert-Jan van Staaveren

De familie Van Staaveren boert vlak boven Amsterdam, onder de rook van de grote stad; in het waterrijke veenweidegebied van Waterland. Een nieuwe jongveestal duidt op een toekomstgerichte visie waarbij zij zich met de blaarkoppen niet zomaar laten verdringen.

Echt een ‘familiebedrijf’
De familie Van Staaveren doet zoveel mogelijk zelf; een echt gezinsbedrijf; echtgenote Alie neemt de kalveropfok voor haar rekening, zoon Theo zit ook in het bedrijf en de dochters Jeannet en Marina helpen zo mogelijk ook graag mee. De blaarkopfokkerij wordt gestimuleerd door de leuke contacten die er zijn met de leden van de Blaarkopvereniging Noord-Holland Midden. Zo werd ter gelegenheid van de nieuwe jongveestal eind augustus 2013 een gezellige BBQ georganiseerd voor de Noord-Hollandse blaarkopmensen.

IMG_9064

Blaarkoppen in het Landsmeerveld

Aan de rand van stad en waterland
In 1971 drong Amsterdam zich verder op in noordelijke richting, en verhuisde de familie Van Staaveren met het bedrijf ongeveer 2 kilometer naar het noorden tot oostelijk grenzend aan het dorp Landsmeer. Het bedrijf is 41 ha groot en ligt nog echt in een landelijk gebied; in het zo kenmerkende ‘Waterland’ met de veenweiden en de hoge waterstanden. Als de koeien door de wei lopen dan is dat heel goed te voelen aan de meebewegende ondergrond. Een aparte ervaring voor iemand die op de klei is opgegroeid. ‘Last van droogte hebben we hier niet snel’ aldus Klaas van Staaveren. Het gezin woont inmiddels ruim 40 jaar op de plek en de kinderen zijn allemaal liefhebber van het bedrijf.

De eerste blaarkoppen in 1973
De oude (vader van) Van Staaveren had vroeger zwartbonten en toen het bedrijf moest verplaatsen werd er wat vee bijgekocht, onder meer van de veehouder waarvan het nieuwe bedrijf gekocht was. Dat was een zwartbonte veestapel met een hoge productie maar die konden zich niet zo goed handhaven onder de gewijzigde bedrijfsvoering met een soberder voerregime. Zodoende werden er wat andere dieren aangekocht en kwamen er in 1973 twee zware drachtige zwartblaar vaarzen van de markt van Purmerend. Zo ging dat in die tijd. Eén van de vaarzen was Leentje, zij was gefokt door Govers in Stompetoren en de andere was Marie 8, zij kwam uit Groningen. Deze vaarzen wisten zich goed te handhaven tussen de bonten. De blaarkoppen hadden hun intrede gedaan en al vrij snel werden ook blaarkopstieren voor de fokkerij gekocht. De eerste was de zwartblaar Napoleon 50 van Elba (V: Dito van Rutten), uit stal Van Oostveen te Baambrugge; een bekende fokstal in die tijd. Daarmee veranderde de veestapel van bont naar blaar. De blaarkopppen op het bedrijf doorstonden de tijd van Holsteinisatie goed en nog altijd heeft Van Staaveren geen behoefte om bont bloed in te kruisen bij zijn blaarkoppen. Wel lopen er een paar ‘andere kleurtjes’ tussen, onder meer omdat er een paar dieren van een stoppende zorgboerderij zijn overgenomen; een ‘aardigheidje’.

IMG_9080

Vrij in de groene weide

Van natuurlijke dekking naar KI
De genoemde Leentje heeft nog steeds wel enige invloed in de huidige veestapel. Zij hield het heel lang vol want pas in 1988 ging ze als 17-jarige helaas dood op het bedrijf. Van Staaveren heeft een duidelijke voorkeur voor roodblaar, maar er zijn ook wel enkele zwart-blaarkoeien, waaronder enkele zeer fraaie rastypische melkkoeien. De fraaiste koe is de zwartblaar met oornummer 3288. Zij is een dochter van Hemko. Een sterke zeer solide koe met beste bespiering en een zeer fraaie uier; een imponerende koe. Zij is één van de allereerste KI-dochters. Want, de KI deed zijn intrede vanaf het moment dat Van Staaveren twee keer achtereen geheel onverwacht gepakt was door de tot dat moment toch zeer makke en rustige stier. Zoon Bert-Jan volgde een DHZ-KI-cursus en verricht al weer enige tijd de inseminaties zelf; tussentijds hebben ook inseminatoren inseminaties verricht en nu wordt voor pinken in de weideperiode nog wel een natuurlijk dekkende stier gebruikt. De dochters van de KIstieren worden allemaal stamboek geregistreerd en daarmee komt ook de afstamming beter in beeld. In het eigen vat zit ondermeer Italië’s Fokko, Sjoerd, Ebels Han, Hemmeer Julius en Ruben. ‘Ik heb wel het idee dat de koeien die we destijds van eigen stieren hadden, zwaarder waren dan die we nu van KI-stieren hebben’ zo merkt Van Staaveren op, ‘misschien zijn die bij KI toch iets meer op melk gefokt’. Hemko-dochter NN 3288; zeer fraai rastype met beste uier

Een nieuwe jongveestal
De bedrijfsverhuizing is al ruim 40 jaar geleden, maar een nieuwe mogelijke bedrijfsverhuizing lag op de loer toen bleek dat er plannen waren om Landsmeer in oostelijke richting uit te breiden. Vanwege de stagnatie in de huizenbouw en de uitbreidingsplannen is dat plan van de baan en besloot de familie Van Staaveren een nieuwe stal voor het jongvee te bouwen. Dat tot dusverre gehuisvest was op de oude aanbindstal. De ongeveer 60 à 65 melkkoeien zijn al sinds vele jaren gehuisvest in een eenvoudige potstal. Dat bevalt prima en dat blijft vooralsnog ook zo. De koeien hebben in de winter vrijwel altijd een uitloopmogelijkheid naar buiten; soms – als het voldoende droog is in het land – kunnen ze zelf kiezen of ze de wei in gaan in de winter. ‘Het gebeurt wel eens dat er geschaatst wordt en dan lopen de koeien gewoon een eind mee, tot verbazing van de schaatsers’, aldus Van Staaveren. De nieuwe jongveestal is ruim en voorzien van ligboxen en strohokken. De strohokken zijn voor de jongere kalveren en de droge koeien. De ligboxenzijn met rubbermatten. ‘D’r zijn er wel die zeggen dat het ook wel op beton kan, maar dat willen wij niet’ zo geeft Van Staaveren aan.

Bron: http://szhcms.nowonline.nl